Kantoortaal en jargon

Gepost op zaterdag, 28 maart 2015 Gepost in Teksten Aantal hits 2887

Kantoortaal en jargon
Kantoortaal en jargon

In NRC Handelsblad van 12 november 2014 schrijft Ellen de Bruin naar aanleiding van haar boek Vergaderen? Niet doen!: '[...] gedeelde uitdrukkingen [kunnen] een gevoel van saamhorigheid bevorderen. De eindeloze hoeveelheden afkortingen in sommige vergaderingen vormen een geheimtaal waarin nieuwe leden moeten worden ingewijd. Erbij horen, zelfs bij lelijk vergaderjargon, voelt lekker. En het geeft status, ook omdat die vreselijke taal vaak van het management komt. Weinig zo besmettelijk als taal, vooral taal die laat zien dat de spreker status heeft, zélfs al is die taal leeg en lelijk.'

Geurvlaggen

De Bruins woorden brachten een schokje van herkenning bij me teweeg. Het bevestigt wat ik zelf al jaren denk wanneer ik weer eens een nota of andere tekst van een organisatie redigeer en wat ik al jaren in mijn schrijftrainingen beweer als het gaat over kantoortaal en jargon: dat zulk taalgebruik een groepsverschijnsel is. Je laat zien dat je one of the guys bent, dat je erbij hoort, deel uitmaakt van de roedel. Je plant er je geurvlag mee.

William Labov

Jargon ('makrodoelmatigheidskader') en kantoortaal (lelijke uitdrukkingen als 'de neuzen dezelfde kant op', 'piketpaaltjes slaan', 'doorexerceren') zijn een sociolinguïstisch verschijnsel. Wanneer ik zulke woorden hoor of lees moet ik altijd denken aan mijn colleges algemene taalwetenschap van lang geleden, en dan vooral aan de sociolinguïstische onderzoeken van William Labov. Talige geurvlaggen planten is sociolinguïstiek in actie.

Ambtenarees

Een extreem geval heb ik uit eigen waarneming, toen ik een keer aanschoof tijdens de briefing voor een speech die ik mocht schrijven. Ik wachtte samen met een paar hoge ambtenaren op het moment dat we werden toegelaten tot de kamer van de staatssecretaris in kwestie. Ik had met een van hen kennisgemaakt en met haar alvast het onderwerp van de speech besproken. Een prettig, nuttig gesprek. Eenmaal bij de bewindspersoon aan tafel veranderde deze vriendelijke mevrouw Hyde onherkenbaar in een mevrouw Jekyll die een stortvloed aan technospeak, ambtenarees en bestuurlijk jargon uitbraakte. Het was een soort technisch name-droppen, puur punten scoren om te laten zien dat ze van de hoed en de rand wist, dat ze tot de ingewijden behoorde.

Vermijd jargon

Juist omdat het een groepsverschijnsel is, is zulk taalgebruik een onuitroeibaar kwaad. Als redacteur die als het ware als brug naar de buitenwereld fungeert, die er met andere woorden voor zorgt dat de onnavolgbare technospeak indien nodig toegankelijk wordt voor buitenstaanders, zul je dat soort taal moet vermijden. Kun je er echt niet omheen om jargon te gebruiken, omschrijf ('munt') elke term dan de eerste keer dat je die gebruikt. Neem eventueel achter in het rapport of de nota een verklarende woordenlijst op en verwijs daar met (bijvoorbeeld) een asterisk achter elke vakterm naar.

Foto: © Beverley Goodwin op Flickr (Creative Commons)

5.0/5 rating (3 votes)
blog comments powered by Disqus